Stinken is een keuze

Bekijk hier (semi) wetenschappelijke (nieuws) artikelen over overmatig zweten.

Moderators: Thijs, Erje

Thijs
Site Admin
Site Admin
Berichten: 3074
Lid geworden op: di 26 apr 2005, 22:45
Contacteer:

Stinken is een keuze

Bericht door Thijs »

Stinken is een keuze

Tamar Stelling
Correspondent Niet-menselijk leven

In onze strijd tegen meurende oksels maken we consequent de verkeerde keuzes, zegt ‘okseldoctor’ Chris Callewaert. Deodorant en allerhande zepen maken de stank alleen maar erger. Wat is dan wel de oplossing? Ons microbioom.

Uien, kaas, kattenpis, natte hond, rot ei, zure melk, bedorven kool: zomaar wat associaties die mijn neus heeft bij zinderende zomers vol zwetende mensen. Noem me olfactorisch overgevoelig, dit is toch een voorname reden dat ik niet uitzie naar klimaatverandering: nog meer geurbelasting.

Maar! Er gloort hoop. Aan de Universiteit Gent is een man opgestaan met een missie. ‘Mijn doel in het leven is lijfgeur oplossen’, straalt bio-ingenieur Chris Callewaert, die zich specialiseerde in een even uniek als maatschappelijk relevant terrein: de microbiologie van de oksel.

Aldus startte hij het onderzoeks- en consultatiebureau Doctor Armpit, waarmee hij op haast evangelistische wijze een ontnuchterende boodschap brengt op blogs, Instagram, in podcasts en papieren media die ik maar even samenvat als volgt:

Stank is een keuze.

En dan niet de keuze voor een zeep, deodorant of huidverzorgingsroutine. Júíst niet. Kies voor je microbioom! Accepteer het, omarm het, herstel het, zorg er goed voor. En in ruil zullen miljarden bacteriën op je huid je doen ruiken naar bloemetjes.

De mensmetropool
De mens is een holobiont: geen individu, maar een gemeenschap van organismen. Menselijke cellen bouwen een metropool, je lichaam, en vervolgens trekken daar honderden miljarden eencelligen in: hoofdzakelijk bacteriën, plus wat schimmels, gisten, protisten en virussen. Zoveel zelfs, dat de mens in eigen lijf qua celaantal in de minderheid is. Voor elke menscel telt een lichaam 1,3* tot misschien wel 10 niet-menscellen – de wetenschap soebat nog over de exacte verhouding.

Tezamen noemen we die micro-organismen het ‘microbioom’. Dit microbioom voert allerlei essentiële taken uit. Stel, je zou het als bij toverslag aan je lichaam kunnen onttrekken, dan wacht je een gruwelijke dood van bloedingen, sepsis, immuunfalen en een afstervende darmwand.

Een gezond microbioom regelt eveneens van alles óp je lijf. Het houdt ziekten, uitslag en infecties weg, het doet aan onderhoud, zoals huidhydratatie, en helpt de huid herstellen van een wond. Maar wat het in alle bedrijvigheid óók maakt: geur.

‘Elke okselgeur komt honderd procent door de bacteriën die je zweet eten en omzetten in sterk ruikende moleculen’, zegt Callewaert enthousiast. ‘Onder één oksel wonen tot wel tweehonderd verschillende soorten bacteriën!’ Het vocht dat onze klieren produceren blijkt van zichzelf nergens naar te ruiken. Je zweetgeur is een microbiële symfonie.

Staphylococcus epidermidis: onthoud die naam
Mensen die lijden aan heftige lichaamsgeur – vaak aangeduid als ‘BO’, van ‘body odour’ – lijden dus eigenlijk aan hun microbioom. ‘Maar mensen die amper lijfgeur hebben bestaan ook’, zegt Callewaert. ‘Ruik je aan hun oksel, dan hebben ze een zoete, fruitige okselgeur die soms een beetje boterig is.’ Lang deed Callewaert onderzoek naar die niet-meurende mens, en wat bleek? In hun oksels is de bacterie Staphylococcus epidermidis dominant.

‘Staphylococcus epidermidis is mijn lievelingsbeestje’, zegt Callewaert, die liefkozend spreekt van ‘staf-epi’. Wereldwijd zorgt staf-epi voor een goede okselgeur, ontdekte hij. Callewaert vond staf-epi terug op mensen van Afrika tot Japan, tot inheemse stammen diep in de Amazone. Staf-epi is mee-geëvolueerd met de mens, denkt Callewaert. ‘We zien haar niet bij apen, paarden, koeien of kippen.’

Heb je nu weinig tot geen staf-epi in de oksel, dan nemen andere bacteriën de geurproductie over. Zoals Coryne-bacteriën, die zorgen voor de zure, muffe geur van kaas of geit, of gramnegatieve bacteriën, die walmen naar natte hond of de kleedkamer van een gymzaal. Callewaert: ‘Ik ruik de samenstelling van iemands okselbioom meteen.’

Make staf-epi great again
Van oudsher worden onze oksels gedomineerd door de bloemige staf-epi, vertelt Callewaert. Maar door een complex samenspel van deodorantgebruik, stress, onze darmgezondheid en ons dieet, legt staf-epi het steeds vaker af tegen meurende microben.

Wat nou als we mensen met extreme lijfgeur terug helpen aan staf-epi? dacht Callewaert. En zo begon hij staf-epi uit goed geurende oksels naar probleemoksels te transplanteren.* Met een wattenstaafje. ‘Dat werkte uitzonderlijk goed. Mensen die zich al jaren sociaal isoleerden door hun extreem zurige stank, roken opeens nergens meer naar.’

Heb je eenmaal weer een gezonde populatie Staphylococcus epidermidis in de oksel, dan is die niet zomaar weg. Staf-epi’s verdedigen hun stukje oksel met hand en tand, bijvoorbeeld met gif dat andere bacteriën doodt. Zonder dat dat overigens kwaad kan voor de huid. Callewaert: ‘Staf-epi’s veroorzaken geen irritaties, ze gaan geen biofilm vormen. Het zijn echt huidcommensalen die in symbiose met ons samenleven.’

Biofilms? Biofilms zijn de oorzaak van de stank die eindeloos in kleding blijft hangen, legt Callewaert uit. Veel bacteriën produceren biofilms. Dat is goed merkbaar in wasmachines, die geregeld geteisterd worden door een probleem genaamd ‘permastink’.* ‘Kledij die je wast, ruikt dan aanvankelijk perfect oké. Maar als je het vijftien minuten aanhebt, begint het weer enorm te ruiken. Dat zijn de biofilms die in de vezels zijn gaan nestelen.’

Biofilms zijn een soort clusters van levende bacteriecellen, zoals een nest van bijen. Je kunt daar zeep tegenaan gooien wat je wilt: dit doodt slechts de buitenste slijmlaag van het cluster, nooit de kern. De stankbacteriën zijn veilig ingekapseld, zowel ín je wasmachine alsook in de vezels van synthetische materialen, waar veel sportkleding van is gemaakt.*

Jij bent niet je geur
Vaak denken mensen van hun geur: ‘Dit ben ik. Ik sport, ik ruik naar ui, soit.’ Maar Callewaert stelt: slechte geur overkomt je. Hoe kwam hij daar eigenlijk bij?

‘Mijn inmiddels welbekende origin story in dit veld is dat ik eens een onenightstand had, en daarna merkte dat mijn geur veranderde. Die werd onaangenamer. Ik dacht: zou ik andere bacteriën hebben opgepikt in bed bij die vrouw? En: hoe herstel ik mijn eigen geur?’*

Het leidde tot een zoektocht die tot op de dag van vandaag voortduurt – al heeft Callewaert zijn eigen geur reeds lang op orde. Destijds, door dagenlang in hetzelfde oude T-shirt zijn huis te schilderen. Callewaert: ‘Zo heb ik mijn oksels als het ware geherkoloniseerd met mijn oorspronkelijke microbioom.’

Nu hoort hij dit verhaal trouwens vaak. ‘Een getrouwd stel, van wie de vrouw zegt: “Mijn man ruikt wat. Ik deed zijn T-shirt aan en nu ruik ik ook sterker. Wat kan ik doen?” Het gaat via kledij of de wasmachine. Mensen die samenleven – dat is ook wetenschappelijk aangetoond* – share microbes.’

Getrouwd in gemeenschap van bacteriën. Wat doe je daaraan? Of waar gaat het nu eigenlijk fout? ‘Mensen gebruiken allerlei producten die het probleem verergeren’, zegt Callewaert. ‘Met stip op één: deodorant en antitranspirant, dat is een zeer-kortetermijnoplossing.’

Alle deodoranten bevatten antimicrobiële componenten die bacteriën doden. Maar tegen het einde van de dag komen de bacteriën terug vanuit het moedernest. Ze leven in de huid, rond de haarwortels, in zweetklieren. Daar komt geen enkele zeep bij. Vaak herleven de meer stresstolerante bacteriën zoals Coryne-bacteriën, die ook het meest stinken, als eerst.* En zo begint de vicieuze cirkel van antitranspiranten. Hoe meer we meuren, hoe meer we spuiten.

Callewaert: ‘In mijn jeugd droeg elke zeep wel een sticker met iets van “Doodt 99,99% van alle bacteriën!” We komen er steeds meer achter dat we dat helemaal niet moeten hebben. Toch is die golden age of the microbiome nog niet bepaald aangebroken.’

Waar iets kleins groot in kan zijn
Als bacteriestammen eenmaal geheel weg zijn van je lichaam, komen ze maar moeizaam terug. Door het leven in steden komen we met sommige bacteriën ook helemaal niet meer in aanraking. ‘Ik deed onderzoek naar het microbioom van inheemse stammen – de Hadza in Tanzania, de Achuar in Peru* en de Yanomami in Venezuela en Brazilië – en wat hun “oorspronkelijke” microbioom nog voor ze doet, is echt verbazingwekkend’, vertelt Callewaert.

Inheemse stammen lijken geen last te hebben van de typische ontstekingsziekten waar het Westen mee kampt. Er is geen sprake van IBD, de ziekte van Crohn of huidkanker. ‘Er is duidelijk iets wat hen beschermt, en het microbioom speelt daarin een cruciale rol’, zegt Callewaert. ‘We zagen bijvoorbeeld dat er specifieke bacteriën op hun huid leven die componenten aanmaken die beschermen tegen uv-straling. Dit heeft opvallende gevolgen: het stamhoofd van de Yanomami, zo’n 60-70 jaar oud, zag er bijvoorbeeld uit als iemand van 40, met nauwelijks rimpels en geen enkele grijze haar.’

Volgens Callewaert draagt een gezond microbioom grootse beloften in zich. ‘Wij leven nu misschien langer door modern medicin, maar het is ook veel symptoombestrijding, ingrijpen als het probleem er al is. Die preventieve krachten van ons microbioom zijn stedelingen voor een groot deel kwijt.’

‘Een goed microbioom wil je liefst koesteren. Ruik je al aangenaam, gebruik dan geen antitranspiranten of bacteriedodende zeep. Gewone zeep of douchecrème, of louter water, is voldoende.’ Zelf doet Callewaert allang niet meer aan shampoo. Zijn haar wordt ook niet meer vet. Hij doucht ook niet meer elke dag. ‘Wel was ik mijn handen nog met zeep’, lacht hij.

Een probiotisch blokje om
Decennia aan antitranspiranten, antibacteriële zepen en andere antibiotica lieten de stadsmens microbiotisch gehandicapt achter,* met onze stank, acne, rimpels en huidkanker. Hoe nu verder met deze kennis? ‘Terug de natuur in’, oppert Callewaert.

‘Mensen met zware voetgeur raad ik vaak aan om blootvoets in het gras te lopen.’ Je wilt een gezonde competitie tussen verschillende bacteriestammen, legt Callewaert uit. In het gras leven genoeg bacteriën om het microbioom op de voeten weer divers te krijgen. ‘Gewoon een paar keer per dag een rondje in het gras, en je hebt minder last van de bacteriën in je schoenen en sokken.’

En de permastinkende biofilms in de wasmachine? ‘Die krijg je moeilijk weg’, zegt Callewaert. ‘Het helpt om onderhoudswasbeurten te doen, vaker op 90 graden te wassen en bleek te gebruiken.’

Dan die staf-epi. Ook al ruik je niet naar bloemetjes, je hebt ze waarschijnlijk wel. Help staf-epi dan aan okseldominantie door je okselmilieu iets te verzuren. Hoe? ‘Haal bijvoorbeeld ’s ochtends een schijfje citroen langs je oksel’, tipt Callewaert.

Voor mensen met een chronischer staf-epi-gebrek ging het bacteriën transplanteren van oksel naar oksel Callewaert toch te traag. Dus begon hij een start-up: Phiome, met een eigen deodorantlijn. Of eigenlijk: hij verkoopt nu kolonies Staphylococcus epidermidis in sticks en sprays, waar ze levend, maar slapend in een suikerlaagje, dromen van nieuwe oksels. ‘We optimaliseren de formule nog.’

Het mag een deodorant heten, eigenlijk is het meer een kuur. De hoop is dat je aan één stick genoeg staf-epi overhoudt voor de rest van je leven. Tot de volgende onfortuinlijke onenightstand. Of ongewassen Vinted-aankoop bomvol biofilms.

Bron: https://decorrespondent.nl/17130/stinke ... f4b623801f
Plaats reactie
  • Vergelijkbare Onderwerpen
    Reacties
    Weergaves
    Laatste bericht