Naar aanleiding van het nieuwsbericht viewtopic.php?t=3993 over nieuw onderzoek naar genetische hyperhidrosis heb ik om een interview gevraagd. Lees het hieronder:
Wie bent u en wat doet u precies qua onderzoek naar hyperhidrose?
Ik ben Frank Bosmans, Apotheker van opleiding, gespecialiseerd in de biofysica, en hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel met een tweede aanstelling aan de UGent. Ik onderzoek hoe zenuwcellen elektrische signalen maken en hoe veranderingen in die signalen kunnen leiden tot aandoeningen zoals hyperhidrose. Daarbij combineren we genetisch onderzoek bij patiënten met onderzoek in zenuwcellen en experimentele modellen.
Hoe komt het dat de een alleen overmatig zweet aan de handen en de ander aan de oksels, terwijl weer anderen over het gehele lichaam zweten?
Dat begrijpen we nog niet volledig. Waarschijnlijk verschilt van persoon tot persoon welke zenuwbanen en zweetklieren het gevoeligst zijn, waarbij zowel erfelijke aanleg als andere factoren een rol kunnen spelen. Overmatig zweten over het gehele lichaam kan bovendien een andere, soms onderliggende medische oorzaak hebben en moet daarom apart worden beoordeeld.
U spreekt over een ‘doorbraak’. Wat is precies de wetenschappelijke doorbraak ten opzichte van wat we al wisten?
We wisten al dat het zenuwstelsel de zweetklieren aanstuurt, maar niet precies waarom die aansturing bij sommige patiënten ontspoort. Wij hebben nu bij een genetisch bepaalde vorm van hyperhidrose een concreet mechanisme gevonden: een verandering in het Nav1.8-eiwit maakt bepaalde zenuwen overactief, waardoor zij de zweetklieren te sterk aansturen. Dat verband konden we volgen van de genetische verandering tot het daadwerkelijke overmatige zweten. De ontdekking verklaart niet alle vormen van hyperhidrose, maar wel een belangrijke subgroep.
Is het volledige onderzoek inmiddels peer-reviewed gepubliceerd? Zo ja, in welk wetenschappelijk tijdschrift?
Ja. Het volledige onderzoek is na beoordeling door andere wetenschappers gepubliceerd in Science Advances onder de titel A neurocutaneous NaV1.8 channelopathy underlies a genetic subtype of primary idiopathic hyperhidrosis. De DOI is 10.1126/sciadv.aed3221.
Is de Nav1.8-mutatie voldoende om hyperhidrose te veroorzaken, of zijn aanvullende factoren noodzakelijk?
De specifieke p.R14L-verandering die wij onderzochten, was in het muismodel voldoende om overmatig zweten te veroorzaken. Bij mensen is de situatie waarschijnlijk complexer. Niet iedere verandering in het Nav1.8-gen is schadelijk en ook andere genetische, hormonale of omgevingsfactoren kunnen de ernst van de klachten beïnvloeden.
Gelden uw bevindingen alleen voor een erfelijke vorm van hyperhidrose, of denkt u dat hetzelfde mechanisme ook bij niet-erfelijke primaire hyperhidrose voorkomt?
Het sterkste bewijs hebben we momenteel voor een erfelijke subgroep. Het is mogelijk dat dezelfde zenuwbanen ook bij patiënten zonder duidelijke familiale voorgeschiedenis te actief zijn, maar dat moet nog verder worden onderzocht. Het ontbreken van andere familieleden met klachten sluit een genetische bijdrage overigens niet volledig uit.
U zegt dat het autonome zenuwstelsel te sterke signalen afgeeft. Betekent dit dat de zweetklieren zelf normaal functioneren en alleen overmatig worden aangestuurd?
Bij de Nav1.8-vorm lijkt het belangrijkste probleem inderdaad in de zenuwaansturing te liggen: de zweetklieren krijgen te veel of te sterke signalen. Dat betekent echter niet dat dit bij iedere patiënt zo is. Onze resultaten wijzen erop dat hyperhidrose via verschillende biologische mechanismen kan ontstaan, waaronder mogelijk ook veranderingen in de zweetklier zelf.
Betekent uw onderzoek dat behandelingen zoals miraDry, botox, iontoforese en ETS de oorzaak eigenlijk niet aanpakken?
Deze behandelingen herstellen de onderliggende genetische verandering niet. Ze grijpen verderop in het proces in, bijvoorbeeld door de zweetklieren minder actief te maken, de overdracht van zenuwsignalen te blokkeren of de zenuwbaan te onderbreken. Ze kunnen daarom wel degelijk effectief zijn, maar pakken niet specifiek de moleculaire oorsprong aan die wij hebben gevonden.
U noemt combinaties van bestaande geneesmiddelen. Om welke medicijnen gaat het precies?
Wij hebben geen geneesmiddelencombinatie bij patiënten getest. In muizen onderzochten we verschillende middelen afzonderlijk, waaronder aluminiumchloride, glycopyrrolaat, oxybutynine, guanfacine, CBD en THC, naast experimentele stoffen die Nav1.8 remmen. Het doel was om aan te tonen dat het overmatige zweten farmacologisch kan worden verminderd, niet om nu al een nieuwe behandeling of combinatie voor patiënten aan te bevelen.
Worden deze medicijnen nu al off-label aan patiënten voorgeschreven?
Sommige middelen, vooral oxybutynine en glycopyrrolaat, worden al bij bepaalde patiënten gebruikt om zweten te verminderen, soms off-label. Ons onderzoek was echter geen klinische studie: wij hebben deze geneesmiddelen niet bij patiënten getest.
Is de behandeling levenslang nodig of kan het effect blijvend zijn?
Dat kunnen we op basis van deze studie nog niet zeggen. In het muismodel was het effect van de geneesmiddelen tijdelijk: wanneer het middel was uitgewerkt, kon het zweten terugkeren. De genetische aanleg blijft bestaan, maar dat bewijst nog niet dat patiënten noodzakelijk continu of levenslang behandeld zouden moeten worden. Daarvoor zijn klinische studies nodig.
Wat zou u willen zeggen tegen patiënten met hyperhidrose?
Hyperhidrose is geen gebrek aan zelfbeheersing, geen puur psychologisch probleem en ook niet alleen een cosmetisch ongemak. Het is een echte aandoening die het dagelijkse, sociale en professionele leven sterk kan beïnvloeden. Onze studie laat zien dat er bij minstens een deel van de patiënten een aantoonbaar biologisch probleem in de zenuwen en hun aansturing van de zweetklieren bestaat. Dat biedt hoop op gerichtere behandelingen, maar het is nog geen onmiddellijke genezing. Patiënten mogen daarom zeker hoopvol zijn, maar moeten geen geneesmiddelen of cannabinoïden op eigen initiatief gaan gebruiken.
Met dank aan Frank Bosmans voor dit interview. Het is goed en hoopgevend dat er nog steeds onderzoek wordt gedaan!
Verder ben ik het helemaal eens dat patienten nooit op eigen initiatief medicijnen moeten gaan gebruiken. Overleg altijd eerst met een arts.
Interview met professor Frank Bosmans van Universiteit Gent/VUB over nieuw genetische hyperhidrosis onderzoek
-
- Vergelijkbare Onderwerpen
- Reacties
- Weergaves
- Laatste bericht


